donderdag 3 december 2009

Gentse prof ontrafelt dynamiek van moessons in Oost-Afrika.

De langetermijn variatie in moessonneerslag nabij de evenaar verschilt fundamenteel van de variatie in moessons over andere tropische gebieden. Deze ontdekkingen worden vandaag in het gezaghebbende tijdschrift Nature gepubliceerd. Prof. Dirk Verschuren van de vakgroep Biologie van de UGent is eerste auteur van het artikel. Ook het Renard Centre of Marine Geology van de vakgroep Geologie en Bodemkunde was bij het onderzoek betrokken. Natuurlijke klimaatverandering op lange termijn wordt voornamelijk gestuurd door al dan niet seizoensgebonden schommelingen in de hoeveelheid inkomende zonnestraling. Die schommelingen zijn op hun beurt het gevolg van variaties in de vorm van de aardbaan rond de zon en de ashelling van de aarde. De variaties in zonnestraling hebben een verschillende frequentie en grootteorde op hoge en lage breedtegraden. Daardoor zijn de klimaatreconstructies uit ijsboringen op Groenland en Antarctica geen goede maatstaf voor de klimaatgeschiedenis van tropische gebieden.

Het Nature artikel is het verslag van de eerste reconstructie van langetermijn variatie in neerslag en droogte nabij de evenaar, over een voldoende lange periode (25.000 jaar) en met voldoende kwaliteit van de bekomen gegevens, om inzicht te bieden in de manier waarop tropische klimaatsystemen reageerden op veranderingen in plaatselijke zonnestraling gecombineerd met klimaatinvloeden uit hoge breedtegraden. De locatie van deze klimaatreconstructie in equatoriaal Oost-Afrika is daarbij cruciaal. De sedimenten van het Challa meer nabij Mt. Kilimanjaro registreerden namelijk de dynamiek van moessonneerslag over het deel van het Afrikaanse continent dat aan de westelijke Indische Oceaan paalt. Daar ondergaat het convergentiegebied van luchtstromen uit de noordelijke en zuidelijke hemisfeer de grootste seizoensgebonden noord-zuidmigratie.

De onderzoekers traceerden de historische variaties in neerslag en droogte in dit gebied aan de hand van twee onafhankelijke indicatoren. Enerzijds geven sonaropnames van de bodemafzettingen in het Challa meer een beeld van voormalige schommelingen in het meerniveau. Anderzijds is de specifieke verhouding tussen verschillende types organische moleculen aanwezig in die afzettingen een maat voor de instroom (tijdens regenbuien) van bepaalde bacteriën die in de bodem rondom het meer leven.

Uit de studie blijkt dat de moessonneerslag in equatoriaal Oost-Afrika varieert met een frequentie van ongeveer 11.500 jaar. Dit is half zo lang als de Atlantische moesson over Noord-Afrika of de Aziatische moesson over India en China. Dit karakteristiek evenaarspatroon wordt verklaard doordat variaties in inkomende zonnestraling afwisselend de moesson tijdens het lente- of het herfst-regenseizoen aanzwengelden, terwijl tijdens de tussenperiodes één van de twee droge seizoenen werd geaccentueerd. De vastgestelde sterke schommelingen in neerslag en droogte nabij de evenaar, op tijdschalen van decaden tot millennia, herinneren ons er aan dat het relatief stabiele natuurlijk klimaatregime van de laatste 11.700 jaar zoals het in polaire ijsboringen is vastgelegd, zeker niet representatief is voor de klimaatgeschiedenis van tropische en subtropische gebieden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen