woensdag 24 juni 2009

UGent focust op geschiedenis gloeilicht

“Gloeilicht. Nu het einde nadert ...” is de titel van de tijdelijke tentoonstelling die vanaf 24 juni in het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen te bezichtigen is. De expositie schetst het verhaal hoe de mens er steeds naar heeft getracht het zonlicht na te bootsen met gloeilicht. Zonlicht is een vorm van thermische straling. Om dit na te bootsen, gebruikte de mens bepaalde stoffen die door verhitting aan het gloeien gebracht worden en op die manier licht uitzenden: gloeilicht.

De geschiedenis van het gloeilicht wordt vanaf 22 juni belicht in een tijdelijke tentoonstelling in het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen. De expo wordt georganiseerd in samenwerking met ir. Antoon Devogelaere, een expert ter zake die jarenlang allerlei relicten verzamelde in verband met dit onderwerp. Tot rond 1860 werden hoofdzakelijk vlamlampen gebruikt waarvan de werking gebaseerd was op het gebruik van vuur, m.a.w. een vlam. Dergelijke vlamlampen werden dikwijls genoemd naar de stof die ze als brandstof hadden, zodat men sprak van olielampen, gaslampen of petroleumlampen. Na 1860 werden deze vlamlampen geleidelijk aan vervangen door andere types lampen die dankzij het onderzoek door vele geleerden uit verschillende wetenschappelijke disciplines en uitvinders ontwikkeld werden.

In 1881 werden dan tijdens de wereldtentoonstelling in Parijs voor het eerst kleine elektrische gloeilampen te koop aangeboden. Vanaf toen deed het begrip gloeilamp haar intrede. Het licht van deze eerste gloeilampen was witter dan het licht van de toen nog gangbare vlamlampen. Voor de verlichting van woonkamers konden deze lampen gebruikt worden op voorwaarde dat men ze kon aansluiten op een leiding die verbonden was met een dynamo, een toestel dat helemaal nog niet breed verspreid was. Op de wereldtentoonstelling zorgde deze gloeilamp voor een schokgolf van verbazing bij de vele bezoekers. Het weekblad 'Le monde Illustré' beschreef op 22 oktober 1881 de pas geboren gloeilamp als volgt: "petites ampoules de verre dans lesquelles est placé une petite ligne très lumineuse". Het weekblad vermelde verschillende fabrikanten, zoals Maxim, Swan, Edison, Lane, Fox, ...

Thomas Edison, die internationaal als dé uitvinder van de gloeilamp erkend wordt, stond zeker niet alleen. Edisons succes stimuleerde hen om hun eigen uitvindingen verder te perfectioneren. In 1885 werd door de Oostenrijkse wetenschapper Carl Auer Freiherr von Welsbach het zogenaamde gloeikousje ontwikkeld en hij bracht een nieuwe gloeilamp met gas op de markt die een nog witter licht produceerde. Verlichting met gaslampen zat terug in de lift. In 1910 werd in Brussel een Internationale Tentoonstelling georganiseerd, die als het ware de arena voor de concurrentiestrijd tussen de gas- en elektrische verlichting vormde. Uiteindelijk heeft de elektrische verlichting deze strijd gewonnen. Verder voerden de verschillende fabrikanten van elektrische verlichting onderling ook een hevige strijd voor de gunst van de consument en brachten hun eigen metaaldraadlampen op de markt. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde er in essentie niet veel aan het ontwerp van de gloeilamp. In de tentoonstelling wordt de geschiedenis van het gloeilicht uitvoerig belicht.

Het onderwerp van de tentoonstelling is zeer actueel nu Europa beslist heeft de gloeilamp te bannen uit ons dagelijks leven. Op 17 februari 2009 beslisten de 27 ministers voor energie in de Europarlementcommissie van milieu namelijk over het verkoopverbod op gloeilampen. De meest energieverbruikende gloeilampen van 100 Watt moeten al na 1 september uit de winkels verdwijnen. Een jaar later wordt dit verbod uitgebreid tot lampen van 75 watt. In september 2011 wordt het verbod op de verkoop van lampen van 60 watt ingevoerd en nog een jaar later moeten ook de laatste gloeilampen van de markt verdwijnen. Dan zullen de Europeanen definitief overschakelen op spaarlampen of halogeenlampen. Na 2016 mogen halogeenlampen ook niet meer verkocht worden. Volgens bepaalde bronnen zou in de hele Europese Unie met de overschakeling naar meer energievriendelijke lampen tegen 2020, ongeveer 80 terrawatt-uur energie per jaar bespaard worden. Dit komt overeen met de totale jaarlijkse elektriciteitsconsumptie van België. Bovendien zou er 32 miljoen ton minder CO2 uitgestoten worden.

Praktisch: Vanaf 25 juni is het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen elke werkdag toegankelijk van 10 tot 12 uur en van 14 tot 17 uur.
Het museum is gesloten in de maand augustus en op universitaire verlofdagen. Ook op de zondagen van 19 juli, 27 september, 25 oktober en 29 november telkens van 14 tot 16 uur zal de tentoonstelling te bezichtigen zijn. Het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen is gelegen aan de Krijgslaan 281 (gebouw S-30) in Gent. Link: http://www.sciencemuseum.ugent.be

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen