maandag 11 mei 2009

Biobrandstoffen in Frankrijk: let op wat u tankt.

Wie de afgelopen maand in het buitenland aan de benzinepomp tankte, heeft het wellicht gemerkt: er is een nieuwe brandstof op de markt. In Frankrijk werd vorige maand de Euro 95 E10 op de markt gebracht, die moet binnenkort de Euro 95 vervangen. Die E10 staat voor de 10% bio-ethanol die aan de brandstof toegevoegd werd. Jammer genoeg zijn bepaalde pomphouders wat voorbarig: ze vervingen de Euro 98 door Euro95 E10 en bieden de Euro 98 niet langer aan. Voor een nieuwe wagen maakt de nieuwe brandstof weinig verschil: hij is een ietsje duurder en verbruikt enkele percenten meer. Maar voor oudere wagens is dit geen goed nieuws. Is uw karretje meer dan 9 jaar oud, dan kan dat voor problemen zorgen. Dat geldt dus voor één derde van de bestaande wagens. Daarom kiezen de meeste landen nog steeds voor een (veilige) toevoeging van 5,75% bio-ethanol. Niet alleen de slangen en de pakkingen, maar ook de motoren van oudere wagens kunnen niet tegen een te hoog mengsel. Wie dus met een oude wagen in het buitenland rond toert kijkt dus beter uit voor hij tankt.

Biobrandstoffen worden vaak onderscheiden in eerste en tweede generatie. De eerste generatie wordt geproduceerd uit voedselproducten als suikerriet en maïs. Biogas en biobrandstoffen uit houtachtige gewassen behoren tot de tweede generatie. Met deze brandstoffen kan een CO2 reductie tot 90% gegenereerd worden, waardoor de milieubelasting tot een minimum beperkt wordt. Enige terughoudendheid tegenover biobrandstoffen van de eerste generatie is nodig. Grootschalige energieteelt van suikerbieten, koolzaadolie of palmolie gaat ten koste van (tropische) oerbossen, hoogwaardige ecosystemen en de voedselproductie. Massale introductie van biobrandstoffen mag niet overhaast gebeuren. In de nabije toekomst komt de tweede generatie biobrandstoffen op de markt. Deze gewassen groeien ook in gematigde klimaten en nemen relatief weinig land in beslag. Ze concurreren minder met voedselproductie en verdringen geen tropische oerbossen. Dit type brandstof heeft een veel grotere energetische waarde dan de eerste generatie biobrandstoffen, waardoor je veel minder landbouwareaal nodig hebt.

Voor de consument heeft de keuze voor het nieuwe E10 mengsel een bijkomend voordeel. Aan de toevoeging van bio-ethanol hangt namelijk een prijskaartje: de dampspanning moet verminderd worden. Dat kan door het butaangehalte te verminderen, was het niet dat butaan een relatief goedkope component is. Bovendien moet de infrastructuur aangepast worden en moeten er bijkomende kwaliteitscontroles gebeuren. Studies wijzen uit dat die bijkomende kostprijs voor de productie van E10 iets lager ligt, daarom is een snelle invoering van het E10 mengsel de voordeligste keuze. Een hoger gehalte aan bio-ethanol of biodiesel is aangewezen voor vloten. Wie wil weten of zijn wagen geschikt is om met het nieuwe mengsel (SP95-E10) te rijden kan terecht op deze site

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen