maandag 19 januari 2009

Doctoraatsstudie brengt partnergeweld in kaart

Een op tien vrouwen wordt ooit geconfronteerd met partnergeweld. De meeste slachtoffers melden dit geweld niet spontaan bij zorgverstrekkers. Nochtans heeft partnergeweld een enorme impact op de gezondheid van de vrouw en haar kinderen. Ook Vlaamse gynaecologen onderschatten het probleem van het voorkomen van partnergeweld. Dit blijkt uit het doctoraatsonderzoek rond partnergeweld door dr. Kristien Roelens. Zij onderzocht via schriftelijke vragenlijsten aan Oost-Vlaamse zwangere vrouwen en Vlaamse gynaecologen het probleem van partnergeweld. Tevens werd een protocol ontwikkeld om slachtoffers van acuut geweld te kunnen opvangen. Dit protocol wordt momenteel toegepast in het UZ Gent.

Uit de studie blijkt dat één op tien vrouwen ooit geconfronteerd wordt met partnergeweld. Bij één op dertig vrouwen deed het geweld zich voor tijdens de zwangerschap en/of in het jaar vóór de zwangerschap. In overeenstemming met internationale data blijkt partnergeweld dus ook in onze samenleving een bijzonder frequente bedreiging. Uit het onderzoek blijkt tevens dat Vlaamse vrouwen zelden spontaan spreken over het partnergeweld Nochtans bestaan in onze maatschappij zeer toegankelijke gezondheidsdiensten. Maar door het taboe op partnergeweld gaan vrouwen zelden op zoek naar hulp, ondanks de enorme schade aangericht door partnergeweld. Een essentieel kenmerk van partnergeweld is dat de meeste slachtoffers zich niet aanbieden met herkenbare symptomen en tekens, maar eerder met een grote variëteit van vage en niet-specifieke symptomen. Door middel van adequate screening zou de opsporing van slachtoffers van partnergeweld kunnen verbeteren. In deze screening is een belangrijke taak weggelegd voor huisartsen en gynaecologen.

Uit een “Kennis- Attitude- Praktijk” studie bleek dat gynaecologen zich niet kunnen vinden in een routine screeningpolitiek. Zij onderschatten het voorkomen van partnergeweld en vinden zelf dat zij onvoldoende competent zijn om met het probleem om te gaan en slachtoffers adequaat door te verwijzen. Artsen hebben een gebrek aan tijd en vrezen om de betrokken patiënten te beledigen. Aan de andere kant zien gynaecologen dat er nood is aan een degelijke opleiding rond dit probleem. Het lijkt aldus dat de meeste barrières tegen screening kunnen overwonnen worden door een goede training van gynaecologen rond geweld, samen met aangepaste screeningsinstrumenten en formele doorverwijsmogelijkheden. In de lijn van het Nationaal Actie Plan ter bestrijding van partnergeweld is het aan de gezondheidswerkers, en dus ook aan de gynaecologen, om richtlijnen uit te schrijven rond partnergeweld zodat dit belangrijke publiek gezondheidsprobleem kan aangepakt worden. Link: http://igvm.belgium.be/ShowContent2d6f.html

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen